8 vragen over dorst

Den Haag - Lekker hoor, warm weer. Maar hoe zorg je dat je genoeg vocht binnenkrijgt? Telt bier ook mee? En koffie? En waarom drinken we vaak te weinig? Hoe krijg je voldoende vocht binnen?

1. Waarom lopen ouderen een groter risico op uitdroging?
Jonge, gezonde mensen drogen niet zo snel uit, ook niet als het heel warm is. Zodra het lichaam veel vocht verliest, gaat in de hersenen een imaginair belletje rinkelen dat zorgt voor een dorstgevoel, zodat er gedronken wordt. Bij ouderen, vanaf een jaar of 65, werkt dat systeem steeds iets minder goed. Zeker boven de 80 wordt het minder. Dan kan het gebeuren dat iemand vergeet te drinken. Wie dan ook nog medicijnen slikt die invloed hebben op de vochthuishouding (zoals plaspillen) en bijvoorbeeld een buikgriepje krijgt, loopt een groot risico op uitdroging.

2. Wat gebeurt er in het lichaam als het uitdroogt?

Bij een beginnend tekort zal het lichaam het aanwezige vocht zo min mogelijk verloren laten gaan. De transpiratie gaat dus op een laag pitje. Dat is ongezond, want zweten zorgt ervoor dat de lichaamstemperatuur bij warmte niet stijgt. Ook zullen de nieren minder urine produceren. Weinig naar de wc hoeven (minder dan eens per drie tot vijf uur) is dan ook een eerste teken van uitdroging. Vervolgens stroomt er vocht uit de cellen naar de bloedbaan, zodat de hoeveelheid bloed en de bloeddruk op peil blijven. Hierdoor drogen de cellen langzaam uit. Dat is te merken aan de huid; als die rechtop blijft staan wanneer hij even omhoog wordt getrokken, kan dat ook een teken zijn van uitdroging.

De hersencellen zijn eveneens gevoelig voor uitdroging. Dit uit zich in verwardheid. Wanneer in dit stadium nog steeds geen vocht binnenkomt, wordt uitdroging echt schadelijk. De natriumbalans raakt verstoord en de bloeddruk daalt. Dat geeft een licht gevoel in het hoofd en kan tot flauwvallen leiden. Wordt het vocht- en natriumgehalte niet aangevuld, dan kunnen een shock en een coma het gevolg zijn. Zo belangrijk is drinken dus.

3. Hoe gevaarlijk is een hittegolf voor ouderen?

Bij de hittegolf in 2010 (vijf dagen achtereen warmer dan
25 ºC, waarvan drie minstens 30 ºC) overleden ongeveer 500 ouderen meer dan normaal in zo’n periode, blijkt uit cijfers van het CBS. Uitdroging is overigens niet de belangrijkste reden voor die extra sterfgevallen. Meestal gaat het om mensen met hart- of longproblemen. Uitdroging zorgt in eerste instantie voor allerlei gezondheidsproblemen die tot ziekenhuisopname kunnen leiden. Het verhoogt bijvoorbeeld de kans op infecties en nierstenen. Te weinig vocht kan ook trombose in de hand werken. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat van alle 65-plussers die in het ziekenhuis worden opgenomen, 7 procent een vochttekort heeft.

4. Als uitdroging makkelijk te herkennen is, waarom komt het dan zo vaak voor?

Bij ouderen is het minder makkelijk vast te stellen. Het simpele testje met het omhoogtrekken van de huid werkt bijvoorbeeld al niet; een oudere huid is meestal droger en blijft altijd even 'staan'. Ook een symptoom als verwarring is niet altijd te herkennen, zeker wanneer iemand aan het dementeren is. En minder zweten? Dat doen ouderen toch al. Er zijn andere manieren om te controleren of iemand voldoende drinkt, maar die zijn tijdrovend en soms gewoon niet uitvoerbaar. Wegen bijvoorbeeld. Daarmee is te berekenen hoeveel vocht iemand binnenkrijgt en verliest. Maar dit is zeer ingrijpend, zeker voor bedlegerige personen.

'Gewoon' zorgen dat een hulpbehoevende oudere voldoende drinkt, is ook makkelijker gezegd dan gedaan. Soms is de slikreflex niet meer in orde. Ook is er in verpleeghuizen niet altijd genoeg personeel om een flink deel van de bewoners te helpen minimaal twee liter per dag te drinken. Tel daarbij op dat mantelzorgers in de zomer soms ook afwezig zijn vanwege vakantie, en het probleem is duidelijk.

5. Hoe zorg je dat hulpbehoevende ouderen genoeg drinken als het warm is?

Met simpele trucs. Zet bijvoorbeeld niet gewoon water, thee, koffie of vruchtensap neer, maar neem zelf ook een glas, ga erbij zitten en drink gezellig samen wat. Schenk nog een keer in als het glas leeg is. Of eet allebei een waterijsje. Ook een schaaltje sappig fruit is een prima manier om extra vocht binnen te krijgen. Ga je zelf op vakantie, zorg dan dat er iemand anders is die een oogje in het zeil houdt en de tijd neemt om samen iets te drinken. Ben je mantelzorger voor een hulpbehoevende oudere die zelfstandig woont, neem dan contact op met de huisarts om te vragen of eventuele medicatie moet worden aangepast aan het warme weer. Bij mensen die in een verpleeg- of verzorgingshuis wonen, houdt het personeel dat in de gaten.

6. En hoe zorg je dat je zélf ook genoeg vocht binnenkrijgt?
Door op warme dagen minstens twee liter per dag te drinken. Vaak gaat dat vanzelf. Maar als je veel zweet of als je sport, is het nodig om extra te drinken. Neemt het zweten af, hoef je minder vaak naar de wc, wordt de urine donkerder en krijg je een licht gevoel in je hoofd, dan is er waarschijnlijk sprake van een beginnend vochttekort. Een (isotoon) sportdrankje is een goede manier om dit aan te vullen. Een glas aanmaaklimonade is ook goed. Of maak zelf een drankje dat suiker en zout aanvult: een glas water met een eetlepel suiker en een theelepel zout. Niet aan te raden voor mensen met een hoge bloeddruk.

7. Bier is toch ook vocht?
Klopt. En natuurlijk is een biertje op een warme dag geen probleem. Veel biertjes wel, of andere alcoholhoudende drank. Alcohol werkt namelijk vochtafdrijvend. Alcohol heeft ook een verraderlijk kantje: het kan lijken alsof dat borreltje voor verward gedrag zorgt, terwijl in werkelijkheid vochttekort in de hersenen de oorzaak is. Koffie en thee tellen overigens wél mee bij de minstens twee liter die per dag moet worden gedronken.

8. Met welke ziekten en medicijnen moet je extra opletten als het warm is?
In ieder geval met het gebruik van diuretica, plaspillen dus. Het is verstandig om met huisarts of specialist te overleggen over een aangepaste dosis als het warm is. Dat geldt ook voor mensen met hartfalen of angina pectoris. Deze aandoeningen kunnen gepaard gaan met een verlaagde bloeddruk, en dan is een tekort aan vocht (met een nóg lagere bloeddruk als gevolg) een extra risico.

Mensen met suikerziekte moeten eveneens opletten. Als het glucosegehalte hoog is, wordt dit uitgeplast en is er sprake van vochtverlies dat moet worden aangevuld. Er zijn ook medicijnen die invloed hebben op het zweten. Een bijwerking van antidepressiva kan zijn dat er heviger wordt getranspireerd. Dit vocht moet worden aangevuld. Medicijnen tegen de ziekte van Parkinson, allergie en incontinentie kunnen het zweten juist tegengaan, waardoor minder snel opvalt dat het warm is en er meer gedronken moet worden.

« Terug naar het overzicht